Rekenkamers: betere informatievoorziening in het sociaal domein nodig

 

Om de tekorten in het sociaal domein tegen te gaan, vooral die in de jeugdzorg, zouden gemeenten meer grip moeten krijgen op de informatievoorziening in het sociaal domein. Dit is één van de vijf belangrijkste aanbevelingen uit onderzoek van gemeentelijke rekenkamers naar kostendrijvers in het sociaal domein.

Sinds de decentralisaties in 2015 stijgen de gemeentelijke kosten voor het sociaal domein en die voor jeugdzorg in het bijzonder. In deze infographic over de kostendrijvers in het sociaal domein zie je hoe deze stijging zich ontwikkelt. Gemeentelijke rekenkamers rapporteren sinds 2015 over de gevolgen van de decentralisaties voor gemeenten.

Uit de infographic 'Kosten Jeugdzorg' over de aanbevelingen uit het rapport van PBLQ. Klik op de illustratie om de hele infographic de bekijken.

Divosa vroeg onderzoeksbureau PBLQ een quickscan te doen op basis van deze onderzoeken. Jos Huijts, procesmanager bij Divosa: ‘We zagen een enorme toename aan jeugdzorgkosten bij onze leden. Er was onvoldoende zicht op de oorzaken en op de sturingsmogelijkheden voor gemeenten. Om gemeenten hierbij te ondersteunen, hebben we PBLQ gevraagd een analyse van rekenkameronderzoeken te doen en te komen met een aantal aanbevelingen voor gemeenten om de  grip op de gemeentelijke uitvoering te versterken.’

PBLQ legde de verschillende rekenkameronderzoeken naast elkaar en zag opvallende overeenkomsten in de aanbevelingen. De meeste rekenkamers kwamen tot vijf aanbevelingen voor gemeenten om de kostenstijging in het sociaal domein tegen te gaan:

  1. Investeer in informatievoorziening over inrichting, voortgang en opbrengsten van sociaal beleid.
    Zorg dat je goed weet om hoeveel cliënten het in je gemeente gaat, wat de doorlooptijden zijn, hoe het zit met de werkbelasting en met de resultaten en de kosten van beleid. Alleen op basis van deze gegevens kun je goed monitoren of het ingezette beleid werkt of niet.
     
  2. Maak afspraken met verwijzers.
    Verwijzers bepalen hoe lang en hoe intensief iemand hulp krijgt en dus hoe duur een traject wordt. Uit het onderzoek van de rekenkamers blijkt dat de meeste verwijzingen in een gemeente via niet-gemeentelijke instellingen gebeurt, bijvoorbeeld via huisartsen. Gemeenten hebben daardoor weinig grip op de toegang naar (jeugd)zorg. Het is daarom des te belangrijker om goed te weten wie binnen de gemeente precies doorverwijst en naar welke hulp. En om samen te werken met deze verwijzers en heldere afspraken te maken over doelen en beoordeling van de effectiviteit. Ook zouden gemeenten volgens de rekenkamers meer moeten investeren in laagdrempelige toegang om latere, duurdere zorg te kunnen voorkomen.  
     
  3. Let op kostenbeheersing bij inkoop en resultaat
    Om meer grip op de kosten krijgen, zouden gemeenten eerst meer grip op de inkoop en op het resultaat van de geboden hulp moeten krijgen. Kloppen de contracten en de afspraken met aanbieders nog met de doelen van beleid? Gemeenten kunnen kiezen uit verschillende bekostigingssystemen. De rekenkamers raden aan kritisch te kijken of het gekozen systeem geschikt is en de risico’s afdekt. Om iets zinnigs te kunnen zeggen over de resultaten van hulp is echter eerst méér inzicht nodig in de effecten van zorg. Ook daar zouden gemeenten nadrukkelijker op moeten sturen.
    De open-eindbekostiging die nog in veel gemeenten geldt, lijkt zijn langste tijd te hebben gehad. Eén of andere vorm van een budgetplafond is noodzakelijk volgens de rekenkamers. Zorgaanbieders zouden hiervoor wel openheid van zaken moeten bieden zodat gemeenten in de gaten kunnen houden of het plafond in zicht is. Dit dwingt aanbieders bovendien om slim om te gaan met het budget.
    Ten slotte lijkt regionale samenwerking rond jeugdzorg onontkoombaar, vooral voor gemeenten die te maken hebben met tientallen tot honderden contractpartijen. Om hier effectief op te kunnen sturen lijkt intensieve regionale samenwerking, vooral voor kleine gemeenten, nodig.
     
  4. Werk beter samen met zorgverleners
    Zorgaanbieders variëren vaak van eenmanszaken tot grote jeugdhulporganisaties. De afspraken met de gemeente tussen deze partijen verschilt óók sterk. De rekenkamers raden gemeenten aan om hierin meer uniformiteit te brengen. Zorg voor een uniforme manier van informatievoorziening en verantwoording. Alleen zo kun je goed vergelijken en monitoren. Als zorgverleners onderling beter afstemmen kan de specialistische zorg ten slotte beter worden geregeld. Bijvoorbeeld bij zorg voor multiproblemgezinnen. De bekostiging van hulp zorgt er nu voor dat er zo lang mogelijk hulp wordt verleend. Door slimmer samen te werken kan zorg eerder worden afgebouwd.
     
  5. Gemeentelijke uitvoering: investeer in de relatie met de gemeenteraad
    Een laatste aanbeveling van de rekenkamers richt zich op de relatie met de gemeenteraad. Investeer in die relatie, want een geïnformeerde en betrokken raad formuleert duidelijke ambities en doelen. Uit deze keuzes volgen dan automatisch duidelijk onderbouwde keuzes voor de uitvoeringspraktijk in het sociaal domein.